Landloperskolonie

Landloperskolonie, nu

Op de vroegere landloperskolonie bevindt zich nu één van de grootste strafinrichtingen in België, alsook een centrum voor uitgeprocedeerde illegalen.

 

Rondom dit gebouwencomplex tref je een volledig justitiedorp aan met cipierswoningen, een Grote Hoeve, een schooltje en een landloperskapel. De vijf belangrijkste gebouwen zijn als monument beschermd. Het beschermde landschap is ongeveer 600 ha groot en is omsloten door een ringgracht om ontsnappingen te vermijden. Het domein bestaat uit een rastervormig drevenpatroon afgewisseld met akkers en weiden, met bossen en kleiputten. Als genomineerde in de Monumentenstrijd kreeg deze site in Vlaanderen een mooie promotie. Hierdoor zakken heel wat toeristen uit gans Vlaanderen en Nederland af om straffeloos te slenteren op de vroegere Landloperskolonie.

 

Monumentenstrijd was een wedstrijd georganiseerd door tv-zender Canvas. Als promotie werd een filmdocumentaire samengesteld. De winnende deelnemer ontving een geldprijs om haar waardevol historische site te restaureren.

 

Landloperskolonie, vroeger

Op het einde van de Middeleeuwen richtte de overheid tuchthuizen op. Daarmee wilden ze de armoede en de (kleine) criminaliteit tegengaan door het aanleren van een arbeidsritme. De verplichte tewerkstelling in de tuchthuizen was industrieel (wol- en katoenbewerking, raspen en spinnen, enz.). Dit bleef niet duren omwille van de concurrentievervalsing. Dit laatste werd niet zo aangevoeld in de landbouw. Daarom startte ex-generaal Johannes Van den Bosch in Nederland met landbouwkolonies. In totaal werden er daar een tiental opgericht. Dat was een geslaagd project.

 

Dus werd in 1822 de “Maatschappij van Weldadigheid van de Zuidelijke Nederlanden” opgericht. In Wortel kwam er een 'Vrije Kolonie' met 129 boerderijtjes. In Merksplas stichtte Van den Bosch een 'Onvrije Kolonie' met een groot bedelaarshuis. Dit Hollands project mislukte evenwel om diverse redenen, niet omwille van het concept, maar vooral omwille van de ontbrekende draagkracht. Vanaf de Belgische Onafhankelijkheid in 1830 liepen de gebouwen leeg en verdwenen alle hoeventjes in Wortel.

 

In het jonge België duurde het meer dan dertig jaar voor er nieuwe maatregelen werden genomen voor de landlopers. In 1866 werd de nieuwe 'Wet op de Landloperij' van kracht: als je op de openbare weg komt, moet je uw identiteitspapieren bij hebben, alsook voldoende geld om minstens één brood te kopen, want anders kan men je oppakken als landloper.

 

De Hollandse kolonies in de Noorderkempen werden opgekalefaterd. Zo ontstonden de Rijksweldadigheidskolonieën van Hoogstraten – Merksplas – Wortel. Vanaf 1870 tot aan de Eerste Wereldoorlog werd er in Merksplas voortdurend hersteld en bijgebouwd. Er groeide een volledig justitiedorp rond de gevangenis. Net voor de Eerste Wereldoorlog verbleven in de Kolonie van Merksplas meer dan 5000 vagebondjes.

 

Als gevolg van overheidsmaatregelen verbeterde de welstand in het land. Daardoor kwam er meer werk en was er minder armoede. Dus waren er ook minder landlopers. De vrijgekomen ruimte in de gevangenis werd dan ingenomen door gestraften van gemeen recht. Toen in 1993 de Wet op de Landloperij werd afgeschaft (omdat arm zijn, geen misdaad is), mochten de resterende landlopers vertrekken. De gevangenis van Merksplas was vanaf dan een strafinrichting.

 

In de slaapzalen van de landlopers kwam er een centrum voor uitgeprocedeerde illegalen.

 

De cipierswoningen werden opgekocht door een sociale bouwmaatschappij en via een erfpachtregeling op de markt gebracht. De Grote Hoeve en de voormalige gevangeniskapel zijn nu eigendom van de gemeente Merksplas. Zij zal er een socio-culturele en toeristische invulling aan geven.

 

Strafinrichting

De strafinrichting van Merksplas is één van de grootste gevangenissen in België. Er verblijven ca 700 gedetineerden.

 

De grootste groep (ca 450 gevangenen) bestaat uit veroordeelden met een straftijd van 3 tot 7 jaar. Deze groep is vrij jong (ca 25 tot 30 jaar) en het delict is vaak gerelateerd aan drugs. In deze groep zitten heel veel vreemdelingen.

 

De tweede groep (ca 250 gedetineerden) is ouder en bestaat meestal uit Belgen. Zij werden door de rechter ontoerekeningsvatbaar verklaard omdat zij “niet goed bij zinnen” waren op het ogenblik van het misdrijf. Zij worden van hun vrijheid beroofd, niet als straf, maar om de maatschappij te beschermen tegen een eventuele herhaling van het misdrijf. Eigenlijk zouden zij moeten worden behandeld als een psychiatrisch patiënt, maar daarvoor is er thans onvoldoende ondersteuning. Zij worden vrij gelaten als ze genezen zijn. Sinds juni 2009 werd in de gevangenis van Merksplas een nieuwe moderne afdeling geopend met een aangepast regime voor een groep van zestig personen.

 

In de gevangenis van Merksplas verblijven geen personen in voorhechtenis.

 

Centrum voor Illegalen

Het Centrum voor Illegalen werd vanaf 1993 ingericht in de vroegere slaapzalen van de landlopers. Deze instelling wordt beheerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. In het centrum verblijven de vreemdelingen die na jaren wachten een negatief advies kregen voor hun asielaanvraag, alsook de vreemdelingen die zopas werden opgepakt maar geen identiteitspapieren bij zich hadden. Deze laatste noemt men de “sans papiers”. In totaal verblijven er ongeveer 150 personen. Hun verblijftijd is heel kort: enkele weken tot enkele maanden. Zij worden zo snel mogelijk terug gebracht naar het land van herkomst. Als de documenten hiervoor niet klaar raken, komen ze vrij, en worden zij verzocht om binnen de vijf dagen het land te verlaten...

 

Landloperskapel

De landloperskapel van Merksplas-Kolonie werd op het einde van de 19de eeuw gebouwd naar een ontwerp van Victor Besme. Ze is toegewijd aan O.L.-Vrouw-Hemelvaart. Deze grote en ruime kapel met een robuuste bakstenen toren vormt één geheel met de andere hoofdgebouwen op het domein van de strafinrichting. De bouwstijl van deze kapel is eclectisch, wat blijkt uit de neo-romaanse elementen en de stalen bogen. Uniek is ook de 'lichtstraat' in de nok, die voor een verrassende lichtinval zorgt. Dat is ook nodig, want dit gebouw is niet georiënteerd naar het oosten, maar (om praktische redenen) naar het westen.

 

Dit gebouw is beschermd sinds 1999.

 

In dit gebouw bevindt zich het gevangenismuseum.

 

Grote Hoeve

Ca. 150 m. voorbij de kapel bevindt zich de Grote Hoeve. Ze werd gebouwd in 1880 in kloosterarchitectuur, naar een ontwerp van Victor Besme. De gebouwen staan opgesteld langs een groot rechthoekig binnenplein. Vroeger fokte men hier melkvee, schapen, varkens en koeien. De overblijvende stallen zijn hiervan het bewijs. Ook aardappelen, koren en haver werd hier geteeld.

 

Al het hoevewerk werd uitgevoerd door landlopers, maar sinds 1993 (zie “Landloperskolonie, vroeger”) staan de gebouwen leeg.

 

Vanaf 1999 is de Grote Hoeve een beschermd gebouw.

 

Thans is dit complex eigendom van de gemeente Merksplas, die hier een sociaal-cultureel en toeristisch project zal uitbouwen.

 

Kleine Hoeve

Om gedetineerden op te leiden tot landbouwer werd in 1920 een zogenaamde "Straflandbouwschool" opgericht. De landbouw-werkzaamheden vonden plaats in de "kleine boerderij", met ca. 80 ha grond langs de Ossenweg. Daar legde men zich toe op veehouderij, bijen, landbouw, tuinbouw en boomteelt.

 

Op deze plaats wordt thans een arboretum ingericht, maar om dat te kunnen bezoeken, zullen we nog enkele jaartjes geduld moeten hebben.

 

Schooltje

Op het domein van de landloperskolonie staat een lagere school voor de kinderen van het personeel. Gedurende verschillende jaren stond dit schooltje onder het beheer van het Ministerie van Justitie en niet vanuit het Ministerie van Onderwijs (toen Kunst en Wetenschappen). Zo’n schooltje was aantrekkelijk voor kandidaat-bewakers uit Wallonië. Tot ca 1935 gaf men hier trouwens Franstalig les! In 1892 begon men met lesgeven, aanvankelijk in de woning van de onderwijzer, maar vanaf 1901 in een eigen schoolgebouw. In de gloriejaren bood men kwaliteitsonderwijs aan alle kinderen van het personeel vanaf 4 jaar tot en met 15 jaar. In 1928 telde de school 127 leerlingen, maar daarna daalde het aantal kinderen. Na 87 jaar lesgeven, ging het schooltje in 1979 het schooltje definitief dicht. Nu is het beschermd gebouw eigendom van Bouwmaatschappij de Noorderkempen die hier een conciërgewoning inricht en die hier haar kantoren zal inrichten.

 

Cipierswoningen

De landloperskolonie telt ongeveer 120 cipierswoningen van “rang en stand”. Het personeelslid dat een hogere rang kreeg, moest verhuizen naar een bijpassende woning. Hoe hoger men op de hiërarchische ladder klom, hoe meer treden moest je nemen om aan de voordeur te geraken.

 

Men onderscheidt vier categorieën:

 

•De beginnende cipier was heel blij als hem een simpele rijwoning werd toegewezen in de Zoete Inval.

 

•Een gewone cipierswoning is een ruime tweewoonst met een proviandkelder en een grote tuin.

 

•Het middenkader woonde in een grotere tweewoonst en ze hadden een grote tuin. In de kelder was er een woonruimte voor het dienstpersoneel.

 

•De personen met een directeursfunctie woonden in een ruime eengezinswoning met een kelderverdieping voor het dienstpersoneel, met een grote tuin, waarin er een rode beuk groeide.

 

Op het einde van de 20ste eeuw werd een veiligheidszone gecreëerd rond de gevangenis en het Centrum voor Illegalen. De huizen binnen deze zone zijn nog steeds staatseigendom, maar de meesten ervan staan leeg. Zestig woningen buiten de zone werden op de markt gebracht via een erfpachtregeling. De restauratie en renovatie ervan gebeurt onder strikte regels van een beschermd landschap.

 

Begraafplaats

Ongeveer 500 m voorbij de strafinrichting, vlakbij de ringgracht, ligt de begraafplaats van de gedetineerden. Aan de inkom staat een ijzeren poort met bovenaan een granaatappel. Dit is het symbool voor de 'onderwereld'. Op het perceel zijn er binnendreefjes van levensbomen en op één kruispunt vind je de Calvarieberg met gekruisigde Christus. Op het oudste deel van deze dodenakker staan nog de witte kruisjes van de landlopers. De enige vorm van identificatie is een loden plaatje op het kruisje met daarop een volgnummer. De vagebondjes waren de marginalen van de maatschappij. Ze leefden als een nummer en werden ook begraven als een nummer. Aan de overzijde van de baan bevindt zich het pestkerkhof.

 

Pestkerkhof

Behalve de gewone begraafplaats is er aan de overzijde van de baan nog een andere begraafplaats, in de volksmond bekend als het “pestkerkhof”. Voor de spelende kinderen was het destijds ten strengste verboden dit kerkhof te betreden. Deze begraafplaats werd immers gebruikt voor slachtoffers van de Spaanse griep tijdens de Eerste Wereldoorlog. Op het topmoment van die griep waren er weken waarbij er per dag meer dan vijftig doden vielen, die in alle stilte (meestal ’s nachts) werden begraven. In een mum van tijd was de dodenakker volzet. Daarom besloot men om graven aan te brengen tussen de bestaande graven, en daarna begon met het begraven in lagen... Het effect hiervan was dat de kruisjes voortdurende van positie veranderden. Men sprak dan van het kerkhof met de zwevende kruisjes...

 

Ossenweg.

 

Via een smalspoorlijn stond de strafinrichting van Merksplas in verbinding met het kanaal in Beerse. Met wagonnetjes vervoerde men zo baksteen en mijnhout naar het kanaal en straatmest en steenkool vanuit de stad naar de landloperskolonie. De wagonnetjes werden getrokken door ossen, later door een kleine stoomlocomotief. Daarom heet de dreef naast de Kleine Hoeve nu nog steeds “Ossenweg”.

 

 

 

 

 

 

Top

Top

Top