Geschiedenis


De naam ‘Merksplas’ herinnert er ons aan dat het dorp aan de grens van het Markgraafschap Antwerpen lag, gekend om zijn plassen, poelen en vennetjes.


Uit archeologische vondsten blijkt dat er in het Stenen Tijdperk al tijdelijke bewoningen waren van jagende voedselverzamelaars langs de boorden van de rivier Mark. Vanaf de Bronstijd koos men meer en meer voor een blijvende woonst. Zo ontstaan de eerste nederzettingen, die later uitgroeien tot boerengehuchten rond Frankische driehoekige pleintjes.


Als allereerste dorp in de Noorderkempen kende Merksplas haar grenzen nauwkeurig. Na een diefstal van zes karren hooi door inwoners van Weelde, werden reeds in 1251 de grenzen van Merksplas vastgelegd. Als buurgemeenten worden sindsdien genoemd Baarle, Rijkevorsel, Beerse, Vosselaar, Turnhout en Ravels.

In de 12e eeuw vertoefde in Merksplas en omstreken de ketter Tanchelm. In de 16e eeuw vreesde heel de Kempen voor de plundertochten van Maarten van Rossum. In die periode raasde ook de Beeldenstorm door de Kempen.


De oudste bekende gemeentenaam is Marcblas en dateert van 1148, toen de 'Heren van Marcblas' het dorp aan de 'paters Norbertijnen' schonken, als dank voor het verdrijven van Tanchelm. En de witheren bleven zes eeuwen in Merksplas (op het Carons Hofke), tot aan de Besloten Tijd na de Franse Revolutie.


Gedurende de meeste jaren behoorde Merksplas tot het Land van Turnhout, maar vanaf 1740 tot 1762 was het de graaf van Hoogstraten, die hier de lakens uitdeelde.


Tijdens de periode van de Verenigde Nederlanden (1815 – 1830) werd er gestart met de beruchte Landloperskolonie. De Bolcksche Heide werd door de Hollanders omgevormd tot een domein in dambordstructuur en statige dreven, voor de opvang van vagebondjes, dronkaards en bedelaars.


Bij de Onafhankelijkheidsstrijd van België in 1830 waren er aan het Pannenhuis schermutselingen tussen de Hollandse en de Belgische troepen.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog passeerden veel vluchtelingen langs Merksplas, om via de Belgische enclave achter de elektrische draad (ook wel de ‘Dodendraad’ genoemd) het neutrale Nederland te bereiken.

Op het einde van de Tweede Wereldoorlog waren er bij de bevrijding van Merksplas verwoede gevechten. De ‘Slag van Merksplas’ ging door op 29 en 30 september 1944. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog was er een bloedige veldslag op de Kolonie, het domein rond de strafinrichting. Via het Sas van Rijkevorsel trokken de geallieerden op 29 september 1944 door het open veld naar de voormalige Landloperskolonie in Merksplas-Kolonie, waar de Duitsers zich verschansten in de struiken achter de dijk. Dankzij het heldhaftige optreden van de Engelse korporaal J.W. Harper kon er een doorbraak worden geforceerd en werd de Kolonie bevrijd. Bij deze gevechten sneuvelden ca. 150 militairen en één burger. Daarna lag de weg open voor de bevrijding van Merksplas, Zondereigen, Baarle, Breda, enz.,… door de Eerste Poolse Pantserdivisie. Aan korporaal Harper werd na de oorlog postuum het begerenswaardige Britse ereteken Victoria Cross toegekend. In 2004 werd ter ere van deze held een monument opgericht aan de Quarantainestal van de Grote Hoeve op het domein van de Kolonie.

In 2009 werd een Vredesmonument opgericht aan de voormalige Landloperskapel, met behulp van het staartstuk van een V2-bom.


Spetsers


De Merksplasse inwoners hebben een bijnaam, namelijk de 'Spetsers'. Hiermee bedoelt men een knaap die vrolijk danst in een plas, terwijl het water langs alle kanten opspetst. Een Merksplassenaar is fier op zijn bijnaam. Die vind je dan ook op vele plaatsen terug.


Waar komt die bijnaam vandaan?

Merksplas ligt op de grens van het Maas- en Scheldebekken. Dat wil zeggen dat er maar weinig hoogteverschil is, waardoor er veel vennen en poelen waren. En na een regenbui bleven er veel plassen op de weg staan. Bovendien moest men door het water waden, als men naar Merksplas kwam: zij die van Turnhout kwamen door de Turnhoutervoort (deze plaatsnaam is nu verdwenen) en zij die van Hoogstraten kwamen door de Papenvoort.

Dus: iedereen die naar Merksplas kwam, was ‘natgespetst’. “Wij gaan naar de Spetsers van Merksplas”, zei men.

Sinds 1997 staat er vlak vóór het gemeentehuis het Spetsersbeeldje.